Wat er mogelijk achter een te laag schooladvies schuilt

De Cito-toets in groep acht, ik kan me nog goed herinneren welke twijfel en onzekerheid dit met zich meebracht. Wat zou er gebeuren als ik het zou verknallen, zou ik dan niet naar de middelbare school kunnen die ik voor ogen had? Mijn leerkracht wist me gerust te stellen; als dat zou gebeuren zou hij persoonlijk een goed woordje voor me doen, daar stonden scholen immers voor open. Maar de laatste jaren werd de Cito-toets steeds meer een selectie-instrument; veel middelbare scholen eisten een bepaald minimum. Gelukkig heeft het kabinet vorig jaar besloten om niet meer alles te laten afhangen van de Cito-toets; het advies van de leerkracht is nu leidend.

Een goede ontwikkeling, hoewel er wrijving tussen ouders en leerkracht kan ontstaan als een leerling een lager schooladvies krijgt dan wat ouders in gedachten hadden. Als er vervolgens hoger gescoord wordt op de eindtoets dan het schooladvies, kunnen ouders om herziening vragen. Dit betekent niet dat het schooladvies verhoogd wordt, maar dat de school verplicht is om te reageren op dit herzieningsverzoek. Het NRC van afgelopen woensdag 20 januari 2016 gaf aan dat het lastig is de leerkracht te overtuigen om het niveau te verhogen. De scholen luisteren wel, maar blijven vaak bij hun advies omdat zij de leerling écht kennen.

Een leerkracht kent een kind natuurlijk goed, maar het beeld van het niveau van een leerling kan ook vertroebeld worden door de mentale representaties van de leerkracht. In de wetenschappelijke literatuur wordt de term ‘mentale representatie’ gebruikt voor een verzameling beelden, ideeën en opvattingen die een mens heeft over één onderwerp, zoals een leerkracht mentale representaties heeft over de individuele leerlingen van zijn of haar klas. Hartstikke nuttig, want zonder deze representaties zou de leerkracht nieuwe informatie over een leerling niet kunnen koppelen aan bestaande informatie. Maar deze mentale representaties zorgen ook voor een minder objectief beeld: Een leerkracht die een positieve relatie heeft met een leerling zou deze leerling kunnen overschatten, terwijl onderschatting bij een negatieve relatie ook mogelijk is.

In ons onderzoek (Universiteit van Amsterdam) kijken we ook naar mentale representaties van leerkrachten. Wij zullen onderzoeken of deze representaties medebepalend zijn voor de dagelijkse omgang met specifieke leerlingen en de emoties die de leerkracht ervaart in interactie met deze leerlingen. Het zou kunnen zijn dat als een leerkracht geen klik voelt met een bepaalde leerling, hij of zij de neiging heeft om alles rondom deze leerling negatief te interpreteren. We zien dit fenomeen terug bij beschrijvingen door leerkrachten van gebeurtenissen in de klas. Voorbeelden zijn uitspraken naar aanleiding van negatieve gebeurtenissen als  ‘deze leerling zat me te jennen’ of ‘deze leerling weet precies hoe hij het bloed onder mijn nagels vandaan kan halen’. Wij verwachten dat zulke mentale representaties samenhangen met het welbevinden van leerkrachten.

Meer lezen?
Leraar-leerlingrelaties, schools leren van leerlingen en welbevinden van leraren: Een samenvatting van twee reviewstudies.

Share